Paralympic Science Support NL logo Topsport Topics

Snel en vaak roteren: de fysieke eisen voor rolstoelbasketbal op topniveau 

Een derde van de tijd voorwaarts pushen, een derde van de tijd roteren, een derde van de tijd stilstaan. Dit is grofweg hoe een toprolstoelbasketballer tijdens de wedstrijd beweegt, blijkt uit een wetenschappelijk overzichtsartikel over de sport. De auteurs doen hierin aanbevelingen voor trainingsaanpak, monitoring en testen – en benadrukken het belang van een individuele benadering.

Hoewel het aantal gepubliceerde onderzoeken naar de beweegprestaties van rolstoelbasketballers nog altijd beperkt is (slechts vijf studies, zie tabel onderaan), blijkt hoe dynamisch de sport is, met pieksnelheden van ruim 4 meter per seconde en een totale afgelegde afstand van 2,5-4,5 kilometer. Geen wonder dat rolstoelbasketballers tijdens een wedstrijd ook veelvuldig gewisseld worden. Om goed te weten hoe je jouw team als geheel – en elke speler individueel – naar optimale prestaties begeleidt, geldt: meten is weten. 

Meten met sensoren

De Australische onderzoekers raden coaches en trainers daarom allereerst aan om het  beweegpatroon van iedere speler tijdens de wedstrijd in kaart te brengen met sensoren op de rolstoel en/of de atleet. Dit geeft namelijk essentiële informatie over de prestatie op het veld en input voor de training. Door de data die de sensoren geven over externe belasting (afgelegde afstand, snelheden, acceleraties, rotaties) te combineren met data over interne belasting (met name hartslag en ervaren mate van inspanning), krijgt de coach/trainer inzicht in de fysieke belasting van de speler. Houd er wel rekening mee dat – zoals bij een dwarslaesie – de beperking invloed kan hebben op de hartslagrespons. Daarom is het belangrijk om voor iedere individuele speler zicht te krijgen op de ervaren intensiteit (aan de hand van zones, of als percentage van het maximum). Dit geldt ook voor het gebruik van de Borgscore voor het monitoren van de interne belasting.

Wat is bekend?

  • Rolstoelbasketbal op het hoogste niveau vraagt om uiteenlopende fysieke eigenschappen van een speler: kracht, explosiviteit, wendbaarheid, uithoudingsvermogen en balvaardigheid.   
  • Voor een goede prestatie op het veld moet de rolstoel licht en wendbaar zijn en afgestemd op de speler die erin zit.
  • Bij teamtraining wordt niet altijd rekening gehouden met het individu.

Wat is nieuw?

  • Het monitoren van de fysieke belasting van iedere speler is essentieel.
  • Krachttraining van het bovenlichaam helpt de prestatie van een rolstoelbasketballer.
  • Een rolstoelbasketbalteam kent een grote variatie in fysieke kwaliteiten, waardoor een individuele benadering nodig is.
  • Veldtesten staan vaak ver af van de wedstrijdsituatie in het rolstoelbasketbal.

Verschillen in classificatie

Individuele monitoring gaat verder dan alleen het classificatiegetal van een speler. Hoewel de prestatie en belasting van een rolstoelbasketballer in het veld zeker zullen afhangen van diens mate van beperking en classificatie. We zetten het nog even op een rij. Voor rolstoelbasketballers met een lagere classificatie (2,5 en lager) geldt (in vergelijking tot spelers met een classificatie van 3 of hoger): 

  • Ze zijn minder wendbaard en explosief, wat resulteert in minder en tragere rotaties en acceleraties en een kortere afgelegde afstand in de wedstrijd. 
  • Hun hartslag wordt tijdens de wedstrijd gemiddeld genomen minder hoog.
  • Ze hebben een kleinere aerobe en anaerobe capaciteit, wat zich uit in een lagere maximale zuurstofopname en minder vermogen tijdens een Wingate test.
  • Ze scoren slechter in prestatiemetingen, zoals een sprinttest of een passingtest. 
  • Ze hebben een minder efficiëntere manier van afzetten, waardoor eenzelfde externe belasting  gepaard gaat met een hogere interne belasting. 

Het belang van krachttraining 

Een van de belangrijkste fysieke eigenschappen van een rolstoelbasketballer is de hoeveelheid spierkracht in het bovenlichaam. Hoe meer kracht en vermogen een speler namelijk weet te genereren, hoe beter zijn prestatie op het veld: vaker draaien en keren, een grotere afstand bij een passingtest, sneller op gang komen vanuit stilstand en een snellere tijd op een 20 meter sprinttest. Krachttraining is hierbij dé manier om het bovenlichaam te versterken, aldus de onderzoekers. Ze verwijzen hierbij naar een studie waarin een programma met zware weerstandstraining eenzelfde verbetering teweegbracht bij rolstoelbasketballers met een dwarslaesie, als bij valide spelers.  

Relatie tussen kracht en wendbaarheid

Meer kracht in het bovenlichaam vergroot ook de wendbaarheid en het acceleratievermogen van de rolstoelbasketballer. Dit is belangrijk omdat een speler in een wedstrijd al gauw ruim 200 keer versnelt en afremt. Ook blijkt het verschil tussen toprolstoelbasketballers en subtoppers te zitten in de snelheid van roteren en het aantal rotaties in de wedstrijd. Om snel te bewegen is de ‘rolstoel-gebruiker interface’ cruciaal: de onderzoekers geven aan dat voor een optimale afstelling de volgende elementen allemaal individuele aandacht verdienen: zitpositie (rechtop, met een heuphoek tussen de 45 en 90 graden) en zithoogte, de grootte en camberhoek van de wielen en de bandenspanning.  

De rol die techniek speelt

Daarnaast speelt techniek bij de afzet – een korte contacttijd en goede symmetrie (hier verwijzen naar de symmetrie studie in rolstoelrugbyers wanneer die gepubliceerd is) – ook een rol. Jaren aan training en ervaring leiden tot een efficiëntere manier van rijden, zoals gemeten in een 20 meter sprinttest. Maar de onderzoekers vragen zich hierbij wel af in hoeverre zo’n test onderscheidend genoeg is om het acceleratievermogen te meten. Ze bevelen daarom aan om tijdens deze test meerdere meetpunten op te stellen (bijvoorbeeld om de 5 meter). Hun kritische houding op de veldtesten betreft ook het aspect van richtingsverandering als prestatiemaat: momenteel ontbreekt hier een standaardtest voor.  

Hoe meet je (an)aerobe capaciteit 

Vanwege het intervalkarakter vraagt rolstoelbasketbal om een goede aerobe en anaerobe capaciteit, hoewel de auteurs aangeven dat een directe relatie met de prestatie in het veld nog onzeker is. Laboratoriumtesten die gebruik maakten van een oplopende inspanning op een ergometer of loopband, vonden bij  topspelers (met verschillende classificaties) maximale zuurstofopnames van 1,5-2,7 liter per minuut (26-40 ml/kg/min). Veldtesten zoals een 4, 6 of 12 minuten durende tijdrit op het veld of een shuttle test, kunnen hiervoor een goed alternatief zijn. Wat betreft de anaerobe capaciteit is de Wingate test de gouden standaard. De in die test gerapporteerde vermogens zijn 850 +/- 235 Watt bij mannelijke rolstoelbasketballers. Een betrouwbaar alternatief is de 30 seconden tijdrit op het veld. 

Zit-en-reikhoogte als snelle meting voor talentidentificatie
Ook antropometrische eigenschappen als een hoge en stabiele zit en lange armen blijken belangrijk voor een goede prestatie in het veld. Beide zorgen voor een grotere reach: handig om ballen te pakken en over tegenstanders heen te passen. De onderzoekers introduceren de zit-en-reikhoogte – gemeten vanaf de basis van de rolstoel naar de tip van de middelvingers van de speler met beide armen in de lucht – als geschikte meting om talent op te sporen. Deze meting blijkt in onderzoek te correleren met: het aantal goals, schotpercentage, passnauwkeurigheid en -afstand in een wedstrijd – en met de tijd op een 5 en 20 meter sprinttest. 

Praktische tips voor coaches en trainers:

  • Zorg dat je op de hoogte bent van de gevolgen van de fysieke beperking van je spelers, voor hun prestatie op het veld en in de training.
  • Vergaar via sensoren data over het beweeggedrag van je spelers tijdens de wedstrijd en neem deze mee in je trainingsoefeningen. 
  • Monitor naast externe belasting ook de interne belasting van je spelers. 
  • Gebruik intensiteitszones die passen bij de individuele mogelijkheden van elke speler. 
  • Bouw krachttraining in, in het programma van je rolstoelbasketballers.
  • Weet wat je meet! Veldtesten hebben allemaal hun beperkingen ten opzichte van de wedstrijdsituatie. Gebruik meerdere testen om een beeld van je speler te krijgen. 
  • Zorg voor een op maat afgestelde rolstoel voor elke speler. 
  • Op zoek naar talent? Een hoge zit – in combinatie met lange armen – biedt voordelen in het rolstoelbasketbal.

Classificatie
Rolstoelbasketbal is een hoog-intensieve intervalsport die breed toegankelijk is voor sporters met een beperking. De sport werkt met een sportspecifieke classificatie waarbij de individuele beperking wordt gescoord vanaf 1,0 (laagste functie) tot en met 4,5 (hoogste functie). Bij deze beoordeling worden prestatiebepalende aspecten als rompstabiliteit en mobiliteit, het vermogen om in de rolstoel af te zetten en te draaien, en de vaardigheid bij het dribbelen, passen en schieten, meegenomen. Tijdens de wedstrijd mag een team van vijf spelers niet meer dan 14 classificatiepunten in totaal hebben.

Tabel: vergaarde data met betrekking tot het beweeggedrag van rolstoelbasketballers tijdens de wedstrijd.

Bronnen

  1. Snyder L, Goods PSR, Peeling P, Binnie M, Peiffer JJ, Balloch A, Scott BR. Physical characteristics and competition demands of elite wheelchair basketball. Strength and Conditioning Journal,  46 (2): 125-134, 2024.
  2. Turbanski S, Schmidtbleicher D. Effects of heavy resistance training on strength and power in upper extremities in wheelchair athletes. Journal of Strength and Conditioning Research, 24 (1): 8-16, 2010.

Topsport
samenvatting