Paralympic Science Support NL logo Topsport Topics

Tandemfietsen: samen sterk, maar minder vermogen 

Getrainde solowielrenners die voor het eerst op een tandem fietsen, leveren bij een tijdrit minder vermogen dan wanneer ze alleen rijden. Ze doen dit bovendien met een veel hogere trapfrequentie dan op de solofiets. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit en de KNWU.[1]

Achtergrond

Tandemwielrennen is een Paralympische discipline en maakt deel uit van het para-cycling. Bij het tandemwielrennen rijdt een renner met een visuele beperking (de stoker) achterop de tandem, samen met een renner zonder visuele beperking (de piloot). De piloot stuurt, remt, schakelt en bepaalt de tactiek, terwijl de stoker reageert op de acties van de piloot. Beide renners leveren gezamenlijk het totale vermogen. 

Verschillen in prestaties tussen tandemfietsen en solofietsen

Eerder onderzoek toonde al aan dat een submaximale inspanning op een tandemfiets, verschilt van een submaximale inspanning op een solofiets. Er treden verschillen op in diverse fysiologische en psychologische parameters [2]

Wat nog niet bekend was: wat is het maximale vermogen van de fietsers op een tandemfiets? Je kunt van beide fietsers op een tandemfiets het individuele maximale vermogen meten. Maar je kunt niet simpelweg de beide uitkomsten bij elkaar optellen om zo ook het vermogen op de tandem te bepalen. Daarom was aanvullend onderzoek nodig. In dit aanvullende onderzoek werd gekeken naar de prestaties van getrainde solowielrenners die voor het eerst op een tandemfiets plaatsnamen. Hun prestaties op de solofiets werden vergeleken met hun prestaties op de tandemfiets. 

Drie soorten tests op de solofiets en op de tandem

De deelnemers voerden eerst drie tests uit op een solofiets: een submaximale test om hun efficiëntie te bepalen, een 30 seconden durende Wingate-test om piekvermogen te bepalen en een 10-minuten tijdrit. Vervolgens werden dezelfde drie tests herhaald op de tandem, waarbij de wielrenners samen reden met een willekeurige partner. 

De resultaten lieten ten eerste zien dat de solowielrenners op de tandem minder vermogen leverden tijdens de 10-minuten tijdrit en ten tweede dat ze tijdens deze tandemrit een veel hogere trapfrequentie hadden. Op het gebied van de andere twee tests – efficiëntie en piekvermogen – werden geen significante verschillen gevonden tussen solofietsen en tandemfietsen. Ook was er geen verschil zichtbaar tussen de prestaties van de piloot en van de stoker.

Wat is bekend?

  • Renners op een tandem zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het totale geleverde vermogen.
  • Bij submaximale inspanning is er een verschil in individuele prestatie tussen solo fietsen en op een tandem fietsen.

Wat is nieuw?

  • Wielrenners die voor het eerst op een tandem rijden, trappen in een 10-minuten tijdrit minder vermogen én met een hogere trapfrequentie dan wanneer ze dezelfde tijdrit op een solofiets afleggen.
  • De mechanische efficiëntie blijft gelijk: wielrenners presteren op een tandem net zo efficiënt als op een solofiets.
  • Het piekvermogen laat geen verschil zien tussen rijden op een solofiets en op een tandem.

Verklaringen

Tijdens de 10-minuten tijdrit treedt er een verschil op in vermogen en trapfrequentie tussen solofietsen en tandemfietsen, terwijl efficiëntie en piekvermogen gelijk blijven. Dit verschil hangt waarschijnlijk samen met de moeilijkheidsgraad van de 10-minuten tijdrit. Deze taak vergt namelijk meer indeling en strategie, dan een submaximaaltest of een sprint. Deze laatste tests zijn ook voor renners zonder tandemervaring goed uit te voeren, waardoor die verschillen in vermogen en trafrequentie daar niet optreden. De hogere trapfrequentie specifiek, lijkt het gevolg van de gecoördineerde actie van samen trappen: dat veroorzaakt  een natuurlijke toename in bewegingssnelheid. Mogelijk was het aantal deelnemers te klein om een verschil tussen piloot en stoker zichtbaar te maken.

Tips voor coaches

  • Wees voorzichtig met het vergelijken van solo- en tandemvermogen uit trainingen en wedstrijden. Ze zijn niet één-op-één vergelijkbaar, zeker niet bij beginnende tandemrenners.
  • Houd in de trainingsdoelen en het bepalen van trainingszones rekening met de fiets waarop getraind wordt, omdat het geleverde vermogen niet gelijk hoeft te zijn op beide fietsen.
  • Als je als talentscout beginnende tandemrenners test op een ergometer, wees je er dan van bewust dat het vermogen op de daadwerkelijke tandem lager kan liggen dan tijdens de test.

Bronnen

  1. Smit A, Boschker J, van der Zwaard S, Janssen I, Janssen TWJ, Hofmijster MJ. Solo Versus Tandem Cycling Performance: The Whole Is Less Than the Sum of the Parts. Eur J Sport Sci. 2025;25(9):e70032.
  2. Seifert JG, Bacharach DW, Burke ER. The physiological effects of cycling on tandem and single bicycles. Br J Sports Med. 2003;37(1):50-3.

Auteur(s)

Topsport Topics
samenvatting