Paralympic Science Support NL logo Topsport Topics

Veldtesten brengen sportspecifieke vaardigheden van rolstoelrugbyers met een coördinatieve beperking beter in kaart

Rolstoelrugby vraagt om behendigheid in de rolstoel én om kundigheid bij het hanteren en gooien van de bal. Het huidige classificatiesysteem richt zich voornamelijk op manuele krachttesten. Wat betekent dat laatste voor deelname van sporters met een coördinatieve beperking? Nieuw Nederlands onderzoek laat zien dat een beter classificatiesysteem – op basis van veldtesten – meer inzicht geeft in ieders vaardigheden. Ook informeren deze veldtesten coaches en trainers over de sterke en zwakke punten van hun spelers. 

Op dit moment worden rolstoelrugbyers geclassificeerd op basis van onder andere een manuele spiertest. Deze ‘medische’ manier van meten geeft echter een vrij eenzijdig beeld van een sporter. Onderzoek met behulp van veldtesten laat zien dat de classificatie van rugbyers met een coördinatieve beperking grofweg gezien wel klopt – maar dat verfijning van de classificatiemethode wenselijk is.

Door méér sportspecifieke vaardigheden mee te nemen, kan een coach meer evidence based werken bij het samenstellen van een evenwichtig team. En voor sporters met een coördinatieve beperking geldt dat zij niet bij voorbaat uitgesloten hoeven te worden. Door hun specifieke vaardigheden goed in kaart te brengen, kunnen zij binnen het team juist ingezet worden op hun kracht.

Wat is bekend?

Wat is nieuw?

  • De huidige classificatie van rolstoelrugbyers met een coördinatieve beperking is gerechtvaardigd, maar verbetering van de classificatiemethode is wenselijk. 
  • Veldtesten zijn een nuttige methode om de sportspecifieke vaardigheden van een parasporter in zowel de rolstoel als met de bal te onderscheiden.

Wat werd onderzocht?

De onderzoekers bestudeerden de vaardigheden van 58 rolstoelrugbyers (53 mannen en 5 vrouwen). Rondom hun wedstrijden tijdens een internationaal toernooi werden verschillende soorten veldtests uitgevoerd. Met sensoren in de rolstoel werd de snelheid van bewegen tijdens sprint- en draaitests gemeten (zie Figuur A). Ook werden videobeelden gebruikt om de afstand en nauwkeurigheid te bepalen, waarmee een rugbyer de bal gooide. Tot slot werden zogeheten X-tests uitgevoerd, mét en zonder bal (zie Figuur B). 

Relatie met classificatie

Voor de meerderheid van de veldtesten (rolstoel- en baltesten) werd een duidelijke relatie gevonden tussen de gemeten prestatie en de classificatiescore van de speler. Hierbij maakte het op het eerste gezicht weinig uit of de speler een coördinatieve beperking had (zoals cerebrale parese), of kampte met verminderde spierkracht door een andere oorzaak (zoals verlamming door een dwarslaesie). Wat daaruit dus blijkt, is dat sporters met een coördinatieve beperking wel degelijk een plek in het rolstoelrugby verdienen. De onderzoeksresultaten bevestigen dat er momenteel geen reden is om sporters met een coördinatieve beperking uit te sluiten van rolstoelrugby. 

Waar is aanscherping nodig?

Volgens de onderzoekers is de huidige classificatieprocedure niet optimaal. Rolstoelrugbyers met een coördinatieve beperking – door hun aanwezige romp- en handfunctie – zijn in het voordeel bij het ‘versnellen en draaien’ ten opzichte van sporters met een hoge dwarslaesie. Andersom geldt dat sporters met een coördinatieve beperking achterblijven bij activiteiten waarbij een goede coördinatie van belang is, zoals het op korte afstand nauwkeurig gooien met één hand en de X-test met de bal. 

Deze bevindingen pleiten voor een verfijning van het classificatiesysteem bij rolstoelrugby: metingen van specifieke vaardigheden zoals in de huidige studie kunnen hierbij van dienst zijn. 

Tips voor coaches en trainers: 

  • Houd er rekening mee dat, ondanks eenzelfde classificatiescore, de vaardigheden van rolstoelrugbyers met een coördinatieve beperking kunnen afwijken van die van de andere teamleden.  
  • Gebruik sprint- en draaitesten zonder bal, om de vaardigheden van je sporters in de rolstoel te monitoren en te trainen.
  • Gebruik gooi- en dribbeltesten, om de vaardigheden van je sporters met de bal te monitoren en te trainen.

De gebruikte testen:

Rolstoelvaardigheid (zonder bal):

  • 20 meter sprint 
  • 12 meter sprint met volledige stop 
  • sprint met tussenpozen: 3 meter sprint, stop, 3 meter sprint, stop, 6 meter sprint, stop
  • 180 graden draai naar beide kanten, op de plaats
  • 2 x opeenvolgende 90 graden draai naar beide kanten, op de plaats
  • parcours (Figuur A)
  • X-test (Figuur B)

Balvaardigheid (met bal)

  • maximale afstand gooien; met 1 en 2 handen
  • nauwkeurig gooien op ronde plaat (30 centimeter doorsnede, middelpunt op 1 meter hoogte) op 25 en 75% van maximale afstand; met 1 en 2 handen
  • X-test (Figuur B) 

Figuur A. Rugbyer legt in zo kort mogelijke tijd het volgende parcours af in de rolstoel: 12 meter sprint (1), lange halve draai over 6 meter (2), slalom terug (3), lange halve draai naar de finish (4).

Figuur B: X-test. Rugbyer legt in de rolstoel in zo kort mogelijke tijd een X figuur rondom de vier pylonnen af; pylonnen staan hierbij op 4 meter afstand van elkaar. Deze test wordt zonder en met bal afgelegd; in het tweede geval wordt de bal tijdens de eerste diagonale verplaatsing (1) van de vloer opgeraapt en moet de speler bij elke volgende lijn (2, 3, 4) twee keer dribbelen. Het verschil in de afgelegde tijd zonder en met bal geeft aan hoeveel tijd de speler nodig heeft om de bal op te rapen en te dribbelen. 

Bronnen

  1. Altmann VC, Janssen M, de Wit JLJ, van der Slikke RMA. Standardised activities in wheelchair rugby, comparison between athletes with coordination impairment and athletes with other impairments. Front Sports Act Living. 2025 Jan 14; 6: 1519232.

Topsport Topics
samenvatting