Paralympic Science Support NL logo Topsport Topics

Schouderblessures: alles wat je er als coach over moet weten

De paralympische sport professionaliseert zich razendsnel; sporters trainen vaker en harder. En precies daar gaat het mis: een plotselinge te sterke toename in belasting is dé grootste risicofactor voor blessures. De schouder – het meest belaste én meest kwetsbare gewricht in veel parasporten – krijgt het als eerste te verduren. Lees alles wat je moet weten als coach over schouderblessures.

Dit is onderdeel van een tweeluik over schouderblessures. In dit eerste artikel leer je alles over de blessures. In het tweede artikel lees je wat je als coach kunt doen om ze te voorkomen of om bij te dragen aan het herstel.

Tips voor coaches:

  • Meest voorkomende reden van schouderblessures?
    • Schouders zijn de motor binnen de sport én in het dagelijks leven van rolstoelsporters.
  • Blessurevrije schouders presteren beter.
    • Werk samen met een fysiotherapeut, kracht- en conditietrainer, of sportarts.

Dr. Fransiska Bossuyt, senior scientist bij de Laboratory for Movement Biomechanics van ETH Zürich en visiting fellow in Musculoskeletal Sports Science & Health in Para Sport van Loughborough University deed uitgebreid onderzoek naar schouderblessures bij parasporters. Eén misverstand wil ze meteen wegnemen: “Pijn of blessure aan de schouder horen er niet bij. Ik moet toegeven dat er in topsport altijd wel een bepaalde manier van overbelasting zal zijn, maar schouderklachten zijn niet onvermijdelijk. Om klachten te voorkomen, is samenspel tussen coach, fysiotherapeut en sportarts belangrijk.”

Spieren of blessure?
Gewone spierpijn (Delayed Onset Muscle Soreness) verschijnt 24–72 uur na inspanning, is meestal bilateraal en neemt geleidelijk af. Beginnende blessures: pijn die progressief erger wordt bij activiteit, pijn tijdens specifieke bewegingen (bijvoorbeeld abductie/anteflexie), nachtpijn, duidelijke beperking in kracht of functieverlies, of pijn die niet verbetert met rust. Bij twijfel: gerichte screening en laagdrempelig contact

Trainen is goed, maar doe het verantwoord

“Ieder mens heeft met het ouder worden wel een vorm van pees- of spierdegeneratie”, legt Bossuyt uit. “Bij rolstoelgebruikers gaat dat sneller dan bij iemand die geen rolstoel gebruikt. Volledig vermijden is, denk ik, onrealistisch. En sporten is ook juist heel goed om spieren en pezen sterker te maken. Voor iemand die niet sport, die niet getraind is, kunnen dagelijkse taken al te veel zijn. Dus trainen is heel goed. Het moet wel op een goede manier gebeuren. In een rolstoel die perfect is afgesteld op het lichaam, met oefeningen die bij die persoon passen.”

Wat is de meest voorkomende reden van schouderblessures?

De meeste schouderblessures bij rolstoelgebruikers ontstaan onder het acromion, het ‘dakje’ van het schouderblad. Daar lopen, naast de lange bicepspees, verschillende kleine, cruciale pezen die de schouder stabiliseren. Bossuyt legt uit: “Zie de schouder als een zeehond op de oceaan die op zijn neus een bal balanceert. Het schouderblad drijft op de romp en moet de bovenarm stabiel houden. Die kleine spieren en pezen doen dat werk, maar ze zijn ook het meest kwetsbaar.”

“Bij het voortbewegen, transfers in en uit de rolstoel of andere bewegingen kantelt het schouderblad zó dat de ruimte onder het acromion kleiner wordt. De pezen kunnen daardoor herhaaldelijk onder dat dakje door schuren, waardoor mogelijk irritatie en slijtage ontstaan. Een gezonde pees bestaat uit keurig geordende collageenvezels; te vergelijken met keurig uitgelijnde, strakke elastiekjes. Bij overbelasting raken die vezels beschadigd. De pees wordt door die irritatie dikker of juist zwakker. Op echo’s is dat goed zichtbaar: rechte lijnen worden wazig.”

Bossuyt plaatst daar meteen een kanttekening bij: “In onderzoek lijkt naar voren te komen dat blessures niet door één enkele factor worden veroorzaakt. Onderzoek bij dieren laat zien dat vooral de combinatie van repetitieve belasting (waarbij de pees telkens wordt uitgerokken en weer verkort) én een verminderde subacromiale ruimte onder het ‘dakje’, met bijbehorend schuren, leidt tot de meest uitgesproken degeneratieve veranderingen in de schouder.”

“Als je er op tijd bij bent, is kleine schade nog terug te draaien,” zegt Bossuyt. “Maar langdurige overbelasting leidt tot blijvende degeneratie, of zelfs het scheuren van pezen – met verlies van kracht en flexibiliteit tot gevolg.”

Krachttraining: spier versus pees
Bij krachttraining ontstaan in spierweefsel kleine microscopische beschadigingen. Als deze gevolgd worden door voldoende herstel, leidt dit tot spieradaptatie en een toename in spierkracht. 
Pezen kunnen zich ook aanpassen aan mechanische belasting, maar dit proces verloopt fundamenteel anders dan bij spieren. Pezen zijn metabool minder actief en hebben een beperktere doorbloeding, waardoor zowel adaptatie als herstel aanzienlijk trager verlopen. Bovendien bestaat peesadaptatie niet uit het herstellen van ‘scheurtjes’, maar uit langzame structurele veranderingen, zoals aanpassingen in collageenorganisatie, peesstijfheid en -doorsnede.
Daardoor zijn pezen minder tolerant voor snel toenemende of repetitieve overbelasting. Waar spierweefsel vaak relatief snel en effectief herstelt, kan accumulatie van microstructurale schade in pezen leiden tot degeneratieve veranderingen. Een volledige peesscheur vormt dan ook een ernstig functioneel probleem, aangezien de krachtsoverdracht tussen spier en bot wordt onderbroken, wat doorgaans leidt tot langdurige uitval en vaak een operatie vereist.

Blessurevrije schouders presteren beter

Een blessure is in het dagelijks leven een gezondheidsprobleem met mogelijk drastische gevolgen voor iemands zelfstandigheid. (Een rolstoelgebruiker kan mogelijk niet meer zelfstandig naar het toilet.) Maar bij (top)sporters leidt de blessure ook tot mindere prestaties. Dat geldt niet alleen voor schade aan de spier, maar zeker ook voor schade aan de pees. Is de pees beschadigd, dan beïnvloedt dit de werking van de spier: de spier moet harder werken om dezelfde kracht te leveren. Bossuyt vertelt: “Blessures maken bewegingen minder efficiënt en daardoor ook minder krachtig. Door de pijn gaan sporters hun bewegingen aanpassen, zodat ze deze pijnvrij kunnen uitvoeren. Het risico hierbij is dat je de schade op termijn alleen maar vergroot.

Gevolgen van beginnende schouderklachten:

  • snellere vermoeidheid
  • lagere krachtoverdracht
  • meer compensatiebewegingen
  • dalende prestaties
  • meer of nog ergere blessures 

Het is voor elke coach en sporter noodzakelijk om het belang van een gezonde schouder in te zien. “Sporters willen nog weleens denken: tanden op elkaar en doorgaan, zeker vlak voor een belangrijk toernooi. “Maar je moet er niet te licht over denken”, zegt Bossuyt. “Heeft een sporter pijn, luister als coach dan aandachtig en verwijs eventueel door naar een sportarts en overleg met een fysiotherapeut welke aanpassingen je aan een training kunt doen.”

“Dit vraagt echt om gedragsverandering; je moet als coach duidelijk maken dat je veel waarde hecht aan de gezondheid van je sporters – dat dat belangrijker is dan op korte termijn presteren. Open communicatie is cruciaal.”

Hoe je als coach kunt voorkomen dat jouw trainingsopbouw een bron van blessures wordt, lees je in het vervolg van dit artikel.


Auteur(s)

Topsport Topics
interview