De auteurs namen zeven studies onder de loep. Daarin werd de vrije worp techniek geanalyseerd van in totaal 216 mannelijke rolstoelbasketballers tijdens een wedstrijd of training (via videobeelden). Van die spelers kwam 93% uit voor hun nationale team. De resultaten laten zien dat de ‘perfecte’ vrije worp techniek niet bestaat. De beste worp hangt af van meerdere fysieke eigenschappen zoals lengte, kracht en stabiliteit van de armen en romp.
Rolstoelbasketballers met een zwaardere beperking hebben hun techniek slim aangepast, zodat zij in staat zijn om succesvol de vrije worp te benutten. Hun scoringspercentages uit een vrije worp zijn vaak vergelijkbaar met die van hoger geclassificeerde rolstoelbasketballers die een klassieke gooibeweging gebruiken.
Wat is bekend?
- Rolstoelbasketbal op het hoogste niveau vraagt uiteenlopende fysieke eigenschappen van een speler: kracht, explosiviteit, wendbaarheid, uithoudingsvermogen en balvaardigheid.
- Een rolstoelbasketbalteam kent een grote variatie in fysieke kwaliteiten, waardoor een individuele benadering nodig is.
- Krachttraining van het bovenlichaam verbetert de prestaties van een rolstoelbasketballer.
Wat is nieuw?
- Laagpunters en hoogpunters gebruiken een verschillende techniek bij de vrije worp.
- Spelers met een lage classificatie schieten hun vrije worp vanaf een lager punt, met een hogere snelheid – waardoor dit meer kracht kost.
Bewegingsketen bij hoog- en laagpunters
Bij rolstoelbasketballers met een classificatie van 3.0 tot 4.5 worden het schouder-, elleboog- en polsgewricht duidelijk ná elkaar in beweging gezet. Daardoor legt de arm een boogvormig traject af, zoals je ook ziet bij valide Olympische basketballers. Dat zorgt voor de efficiëntste overdracht van energie tijdens de worp. Het vereist echter wel voldoende kracht en balans in de romp en de heupen. Zo lukt het om de bal te gooien vanuit een rechtop zittende houding.
Laagpunters hebben deze kracht en balans echter niet. Zij hebben een andere aanpak nodig. Een zwaardere beperking gaat gepaard met een andere motoriek en inzet van de bewegingsketen tussen schouder en hand. Bij laagpunters werken de drie gewrichten tijdens de vrije worp juist tegelijk samen. Daarom volgt hun arm een min of meer rechte lijn vanaf een lager punt ten opzichte van de grond. Als ondersteuning hierbij hangen ze iets achterover, zodat ze zich met hun romp kunnen afzetten tegen de achterkant van de rolstoel. Om in balans te blijven bewegen ze hun hoofd soms iets mee.
Traject van de bal
Deze aangepaste beweging van laagpunters heeft gevolgen voor de hoek en snelheid waarmee de bal hun hand moet verlaten. Zou je hoek en snelheid niet aanpassen, dan haalt de bal de basket in de meeste gevallen niet. De oplossing? Een hogere snelheid en – vaak maar niet altijd – een toename van de hoek waarmee de bal de hand verlaat tijdens de worp. Deze aanpassingen zullen zorgen voor een steiler traject van de bal. Met als voordeel dat de ingangshoek waarmee de bal de basket nadert wat groter wordt. En daarmee wordt ook de precisie (‘error margin’) iets groter. Dit vraagt echter wel om meer kracht en explosiviteit in de worp, en ook om meer stabiliteit in de arm en met name in het polsgewricht.
Praktische tips voor coaches en trainers:
- Er bestaat geen perfecte vrije worp techniek; laat je speler daarom zelf ontdekken wat de beste manier voor hem of haar is.
- Omdat de vrije worp meer kracht kost voor laagpunters, moet je er rekening mee houden dat deze groep eerder vermoeid raakt.
- Analyseer (via videobeelden of sensoren) de manier waarop je spelers de vrije worp nemen als je vermoedt dat het beter kan. (Zie referentiewaarden in de tabellen onderaan.)
- Zorg voor variatie tijdens het oefenen van de vrije worp; in de zwaarte van de bal, hoogte van de basket, afstand tot de basket en trainen onder vermoeidheid.
- Kijk naar de hoogte van de rolstoel: een hogere zit maakt de vrije worp iets gemakkelijker, maar vermindert ook de wendbaarheid van een speler.
- Focus bij de krachttraining van de laagpunters ook op een snelle, krachtige en stabiele duwbeweging van de armen.
Referentiewaarden voor de worptechniek
In onderstaande tabel vind je vergaarde data van verschillend geclassificeerde (1-4) groepen rolstoelbasketballers, tijdens het gooien van een vrije worp. Gekeken is naar: hoogte vanaf de grond en hoek en snelheid waarmee de bal de hand verlaat, foutmarge, ingangshoek ten opzichte van de basket, schouderbuigingshoek, elleboogstrekhoek en initiële hoek van de elleboog.

In de tabel hieronder vind je vergaarde data van verschillend geclassificeerde (1-4) groepen rolstoelbasketballers tijdens het gooien van een vrije worp. Gekeken is naar: maximale en gemiddelde hoeksnelheden van het schouder-, elleboog- en polsgewricht.

Bronnen
- De Oliveira Silva HV, de Sá KSG, Gorla JI, Costa e Silva AA, Bertoncello D (2025). Analysis of the kinematic pattern of free throw by wheelchair basketball athletes: a systematic review. PLoS ONE 20(2): e0317495.